Het nieuwe regeerakkoord laat kansen liggen om de toegang tot financiering voor het MKB en sociale en maatschappelijke innovaties te verbeteren. Crowdfunding en andere vormen van Alternatieve Financiering worden niet genoemd in het regeerakkoord. Nederland behoorde tot begin 2016 tot de koplopers in Europa, maar verliest de aansluiting. Waar in Engeland al 15-20% van de huidige financieringen van het MKB verloopt via nieuwe financieringsplatformen, is dit marginaal in Nederland. Scandinavische landen en Baltische mini-staten passeren Nederland. Het gebrek aan passende wettelijke kaders, regulering en de juiste stimuleringsmaatregelen zijn spelbrekers.

De Wereldbank en Europees onderzoek tonen aan dat Nederland onderaan bungelt in toegang tot kapitaal voor het MKB. Ook meldt De Nederlandsche Bank dat de bancaire rentekosten bij leningen onder de één miljoen euro flink hoger zijn dan in andere eurolanden (0,8%). Daarnaast is er een breed scala aan alternatieve financieringsvormen ontstaan die nauwelijks gereguleerd zijn. In de ons omliggende landen is gebleken dat actieve steun vanuit de wetgever en institutionele partijen nodig is om een eerlijk speelveld te creëren in de huidige bancair gestuurde economie. Het regeerakkoord rept hier met geen woord over.

Wij pleiten voor 6 concrete maatregelen die de komende periode genomen kunnen worden in de uitwerking van het regeerakkoord om de financiële sector werkelijk te innoveren.

MKB blijft aan het bankinfuus – Gedragscode biedt geen oplossing

Het MKB is sterk afhankelijk van banken en er is in volume weinig variatie in financieringsvormen die beschikbaar zijn. De Gedragscode Kleinzakelijke Financiering die door de NVB wordt ontwikkeld is te vrijblijvend en zal geen impact hebben. De gedragscode is bedoeld om MKB klanten beter te beschermen en de toegang tot financiering te vergroten voor het MKB. De code voorziet echter niet in een adequate doorverwijzing of samenwerking met alternatieve financiers zoals bij gestapeld financieren.

Recent onderzoek toont aan dat de meeste afwijzingen voor financiering in het voortraject plaatsvinden, zonder dat er een formele aanvraag wordt ingediend. Deze ondernemers zijn totaal niet interessant voor de bank, maar worden niet noodzakelijkerwijs doorverwezen of geïnformeerd over alternatieve mogelijkheden. Ook zijn banken zeer selectief in het doorverwijzen naar alternatieve aanbieders, en maken gebruiken van hun eigen preferred suppliers, waardoor veel groei- en innovatie kansen onbenut blijven en niet de beste oplossing voor de ondernemer gevonden wordt.

Maatregel 1: Leg de doorverwijsplicht vast en verplicht banken en alternatieve financiers om hier aan mee te werken. Zorg dat kredietgegevens door partijen onderling worden uitgewisseld als de ondernemer hiermee instemt (PSD2).

Vaart maken met wetgeving en vergunningverstrekking

In het regeerakkoord wordt een lichte bankvergunning aangekondigd voor Fintech bedrijven. Het is onduidelijk voor welke type Fintech bedrijven dit is bedoeld en hoe deze vergunning er uit gaat zien. Het is echter goed dat er nieuwe regelgeving komt voor Fintech bedrijven, omdat de marktpartijen, toezichthouders, maar ook de investeerders en ondernemers hier al langere tijd op wachten.

Op 12 oktober heeft het Ministerie van Financiën in ieder geval een publieke consultatie gestart om input te krijgen uit de markt over onderhandse crowdfunding leningen, waarbij aangegeven wordt dat de markt voor crowdfunding van effecten nu al voldoende gereguleerd wordt. In een eerdere consultatie ronde in 2015 reageerden alleen enkele juristen en de NVB. Waarom verder treuzelen? Immers de AFM en de brancheorganisatie Nederland Crowdfunding hebben al om wetgeving gevraagd.

Er zijn voldoende (internationale) inzichten van marktpartijen en internationale regimes op een goed wettelijk kader voor Crowdfunding op te stellen. Snelheid is geboden, temeer omdat Nederlandse institutionele investeerders dit jaar al aanzienlijke bedragen investeren via crowdfunding platformen net over de grens. Daar zijn wel wettelijke kaders en permanent toezicht geregeld. Daarnaast duurt het ook onnodig lang (tot 2 jaar) voor verstrekkers van risicokapitaal om een vergunning als beleggingsonderneming te krijgen. Bij een eenduidig kader zou 3 maanden kunnen volstaan.

Minimale wettelijke eisen voor regulering crowdfunding

Als aanzet op de consultatie over de crowdfunding sector, zetten wij hier alvast de belangrijkste elementen op een rij voor vergunningen voor crowdfunding (vreemd en eigen vermogen financiering):

  1. Stap af van een ontheffingsstelsel en zorg voor volwaardige vergunningen met permanent toezicht. Elk platform dat twee jaar of langer commercieel functioneert of een volume van 2,5 miljoen euro haalt, is vergunningplichtig.
  2. Laat de niet controleerbare eis vervallen dat niet meer dan 10% van het besteedbaar vermogen naar crowdfunding mag als een platform vergunningplichtig is.
  3. Harmoniseer risico-classificaties. Die zijn nu op elk platform anders.
  4. Stel eisen aan periodiek financieel beheer van de portfolio (updates ondernemers per 3 maanden) en beheer van verpandingen of zekerheden.
  5. Netto rendementen behoren minstens per kwartaal, het liefst per maand te worden geupdated. Netto rendement, kosten en default moet concreet worden gedefinieerd en door alle partijen gelijk worden toegepast.
  6. Defaults behoren na 90 dagen te worden genomen, niet na één jaar.
  7. De toegang tot de administratie van platforms moet direct overdraagbaar zijn aan een onafhankelijke derde partij. Hiervoor behoren kosten te worden gereserveerd, mogelijk in de vorm van maandelijkse beheervergoedingen
  8. Bestuurders van de onafhankelijk derde partij mogen niet de eigenaren/aandeelhouders van het crowdfundingsplatform zijn.
  9. Er is periodieke openbare informatie nodig over de financiële prestaties van de platforms zelf, niet beperkt tot de toezichthouder zelf.
  10. Beboet platforms die te laat hun rendementscijfers aanpassen.

Maatregel 2: Laat een werkgroep met interne en externe experts binnen 3 maanden een nieuwe wettelijk kader ontwikkelen voor crowdfunding.

Ander type vergunning voor community financiering

Het is daarnaast belangrijk dat er voor (sociaal) ondernemers die financiering in eigen kring ophalen een aanvulling komt om via community financiering fondsen te kunnen werven in beperkte kring via bijvoorbeeld Impact Bonds of community finance. Een voorbeeld hoe dit ingevoerd kan worden is gebruik te maken van aanvullende bepalingen in de wetgeving voor “social enterprises” die financiering ophalen, zoals de “Registered Societies” in Engeland. In het regeerakkoord wordt aangegeven dat er passende regels en meer ruimte gaat komen voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen. Het is dan ook belangrijk dat hier de mogelijkheden voor financiering dan ook gelijk aan gekoppeld worden.

Projecten met een (sociale) impact in de buurt of regio, zouden een specifieke status kunnen krijgen, waarmee burgers meer vrijheid krijgen om ook in risicovolle projecten te investeren wanneer ze ook de (sociale) meerwaarde van het project belangrijk vinden. In het regeerakkoord wordt hier verder op ingegaan bij het ondersteunen van lokale energiecoöperaties, maar dit zou nog breder moeten worden getrokken.

Maatregel 3: Zorg voor wetgeving voor community financiering voor sociale en maatschappelijke initiatieven.

Ondersteun lokale burgerinitiatieven via Expertise Centra

In het land zijn er veel burgerinitiatieven actief om maatschappelijke uitdagingen op te pakken rond de energietransitie, ouderenzorg, wonen en duurzame landbouw. Er is een sterke groei van lokale coöperaties. In het regeerakkoord wordt aangegeven dat de “Right to Challenge” en ook het “recht op overname” onderzocht zal worden. Daarbij gaat het om zaken als het onderhoud van een park, het beheer van sportvelden of andere maatschappelijke voorzieningen, waarbij lokale verenigingen of buurtbewoners het eerste recht krijgen om maatschappelijke voorzieningen te beheren of over te nemen en de bijbehorende functie voort te zetten.

De noodzaak voor financiële onderbouwing en financiering van dit soort initiatieven wordt echter niet besproken, terwijl dit belangrijk is om werkelijk impact te bereiken en op te schalen. Aan de andere kant is er nieuwe wetgeving aanwezig of in ontwikkeling om dit soort initiatieven te ondersteunen en zijn er nieuwe financieringsmodellen en aanbieders die dit soort initiatieven kunnen realiseren. De kennis om deze partijen bij elkaar te brengen is in beperkte mate aanwezig en moet opgeschaald worden.

Maatregel 4: Ondersteun en financier expertise centra die sociale en maatschappelijke initiatieven in een vroege fase helpen bij de business case en het financieringsplan.

Garanties en verzekeringen ook voor Alternatieve Financiers

Het nieuwe investeringsfonds InvestNL van de overheid heeft € 2,5 miljard beschikbaar voor risicokapitaal, garanties, exportkredietverzekeringen en internationale financieringsprogramma’s. Zorg ervoor dat InvestNL ook actief gaat samenwerken met de nieuwe aanbieders van financiering, zoals crowdfunding platformen en community financieringsoplossingen.

Maatregel 5: Na regulering worden bestaande borgstellingen (BMKB) en staatsgaranties en -verzekeringen toegankelijk voor alle Alternatieve Financiers.

Stimuleer eigen vermogen investeringen krachtig via fiscale regelingen

Het mkb is nog zwaar verslaafd aan vreemd vermogen financiering. In een periode van groei is het op orde krijgen van het eigen vermogen een grote uitdaging. Risicokapitaal verstrekking (zonder onderliggend hard onderpand) is erg lastig in Nederland, zeker als het om kleinere of om juist grote bedragen gaat. Stimuleer daarom met fiscale maatregelen de inleg van start- en groeivermogen, zoals ook gebruikelijk is in Engeland, Frankrijk en Vlaanderen. Ook StartupDelta onderschrijft de noodzaak voor meer risicokapitaal. Dit maakt mkb bedrijven minder afhankelijk van bancaire financieringen.

Maatregel 6: Geef partijen die investeren in eigen vermogen toegang tot fiscale voordelen en/of aftrekmogelijkheden. Zorg dat dit ook geldt voor equity crowdfunding.

Ronald Kleverlaan – Directeur European Centre for Alternative Finance, Universiteit Utrecht

Share This